Invuloefeningen

In je toets zit vaak een oefening waarbij je woorden moet vertalen én invullen. Veel leerlingen vinden deze soort oefening lastig.

Hoe maak je deze oefeningen beter?

1. Zet de Engelse vertaling boven het woord  (BK: dit is al voor je gedaan!)

2. Bekijk eerst goed welk woord op welke plek zou kunnen, maar vul ze nog niet meteen in! (Als je een woord hebt ingevuld op de verkeerde plek, gaat de rest vaak ook fout.

3. Bedenk goed wat je in het Nederlands zou kunnen invullen. Lees ook goed de zin ervoor en de zin erna, hier staan vaak tips in.

4. Heb je alle woorden een plek kunnen geven? Vul ze dan in op je antwoordblad.

Oefenen?

Makkelijk:  Oefening 1   Oefening 2   Oefening 3  Oefening 4 Oefening 5 Oefening 6 Oefening 7

Moeilijker   Oefening 1   Oefening 2   Oefening 3

Allemaal gedaan?

Hier vind je een site met 200 (!!) oefeningen, om je te helpen staat de Nederlandse vertaling van de zin ervoor.